banner
HomeStichtingActueelFoto'sToen en nuDiversenForum
 

“VILLA DUIJSENS” VAN ARCHITECT JAN STUYT
EEN OPSTEL DOOR KAREL SPRUIJT

 

INLEIDING,
Een zwarte vlag met een wit doodshoofd, met twee gekruiste botjes eronder, is een beetje uitdagend gehesen op het voorbalkon van de statige stadsvilla. Een argeloze voorbijganger zou wellicht kunnen denken dat hier daadwerkelijk “piraten” en/of ander gajus zou vertoeven. Dit is echter geenszins het geval. Hier wonen vriendelijke en gastvrije jonge mensen. Dankzij hen wordt het oude monumentale pand voor verdere verwaarlozing behoed. Omwonenden zijn, voorzover ik weet, blij met de “krakers” omdat zij niet bang hoeven te zijn dat het pand nodeloos zou kunnen afbranden zoals indertijd tijdens de langdurige leegstand van de oude Ambachtsschool op het De Hesselleplein.
De architect van de Villa Duijsens is Jan Stuyt. De heer Stuyt (1868-1934) is in Heerlen geen onbekende want hij ontwierp o.a. voornoemde Ambachtsschool aan het De Hesselleplein (1913) en de monumentale Vroedvrouwenschool (1920-1922).
Villa Duijsens is in maart 1919 in Den Haag ontworpen voor dokter-apotheker Duysens. De vergunning voor de bouw is verleend op 13 mei 1919. Toen heette de straat waaraan het pand ligt Schinkelstraat, momenteel Honigmanstraat (59).
Het traditioneel gebouwde hoofdhuis, met zijn prachtige voor- en zijgevel, is nagenoeg geheel intact. Het “verlengde” of erachtergelegen deel is echter aanzienlijk ingekort. De bijkeuken, stal (met daarboven de knechtenkamer, hooizolder) en de garage (die zowel aan de voorzijde als de achterzijde in/uitrijbaar was) blijkt afgebroken.


INTERIEUR,
Op de begane grond bevinden zich aan de rechterzijde van de grote monumentale hal achtereenvolgens: de voormalige spreekkamer, de apotheek, het open trappenhuis en de keuken. Aan de linkerzijde van de hal is de salon gelegen, momenteel in gebruik als fietsenhok, daarachter de naderhand aangebrachte doorgang naar pand 57, en vervolgens de voormalige woonkamer met serre.
In het ruime trappenhuis, te betreden onder een boog met aan weerszijden twee aanduidinkjes van een “kapiteel”, zijn twee grote verticale glas-in-lood ramen aangebracht. Er zijn geen monumentale figuratieve afbeeldingen in het glas-in-lood. Wel twee kruisvormen met daarop in het midden van het linkerkruis de hoofdletters E en D sierlijk met elkaar verbonden, en daaroverheen een reuzenhoofdletter D. Dus E.D.D. In het rechterkruis is een hoofdletter R aangebracht. De letters zijn rood en de kleur van de kruizen is geeloranje. Een rapportage door de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed van de stadsvilla (object 512781) vermeldt overigens andere letters binnen het glas-en-lood (te weten: E.A.D. en ..L)
De glas-in-lood ramen zijn niet gesigneerd.
Het dak van de aanbouw blijkt helaas niet waterdicht. De aanzienlijke en langdurige lekkages hebben voor veel schimmelvorming aan de muren van de achterbouw gezorgd. Dit is niet in het belang van de gezondheid van de huidige bewoners en het behoud van het gebouw. Afgezien van de gigantische schimmels, waardoor met name de oorspronkelijke keuken blijkt aangetast, draagt het huis toch een heel aangename en open sfeer in zich.


ZOLDER,
De  grote zolder (waarboven plat dak)  herbergt meerdere vertrekken. De vloeren zijn voorzien van planken. Op veel wanden is vermoedelijk het originele behang nog aanwezig. Tevens zijn er meerdere paneeldeuren en ingebouwde grote opbergkasten. Op drie plaatsen zijn liggende glazen raampjes in de tussenmuren aangebracht om het daglicht dat door de dakkapellen naar binnen valt te verspreiden. Volgens de bouwtekening was er plaats voor zolder- en provisieruimte plus twee “meidenkamers” (ten behoeve van inwonende dienstmeisjes voor in de huishouding). Mogelijk woonde er zelfs een dienstmeisje met een peuter/kleuter omdat nog een oeroud houten traphekje bovenaan de zoldertrap aanwezig is.
Aan de Honigmanstraatzijde zijn twee dakkapellen, aan de zijgevelzijde twee dakkapellen en aan de achterzijde drie dakkapellen aanwezig. De kozijnen van meerdere dakkapellen zijn deels verrot.
Een van de achterste zolderkamertjes bleek geruime tijd in gebruik als schuilplaats voor verwilderde postduiven. De huidige bewoner van de zolder heeft een centimeters dikke aangekoekte strontlaag verwijderd en vervolgens de ruimte goed schoongemaakt.
Architect Stuyt wilde persé in zijn ontwerp de twee voorste schoorstenen op de hoek van de dak laten uitsteken. Qua vormverhouding is dat in het exterieur van het ontwerp de beste plek. Maar dan moeten de schoorstenen vanaf de begane grond bij voorkeur recht naar boven lopen. Dat is helaas niet het geval en daarom heeft de architect een schoorsteen met veel “kunst en vliegwerk” liggend op twee zware schuinliggende draagbalken middenin de voorste zolderkamer geplaatst. Dit om uiteindelijk toch precies op de juiste plek aan de buitenzijde uit te komen.


HET EXTERIEUR,
Het is een monumentaal pand. Het is solide gebouwd met duidelijke en grote vormen.
Een grote liggende rechthoek vormt de basis van de voorgevel. De voorgevel is niet vlak maar het vormt een symmetrisch relief. Aan weerszijden is een brede risaliet alsmede eentje in het midden, zichtbaar. Een risaliet is een deel van de gevel dat over de hele hoogte naar voren uitspringt. De eikenhouten voordeur is diep verscholen in het voorportaal. Het balkon is precies boven het voorportaal geplaatst en het neemt een centrale positie in.
Het getal drie lijkt in deze gevel een belangrijke rol te spelen. Drie rondbogen: twee boven de ramen aan weerszijden van de voordeur op de begane grond en een boven de openslaande balkondeuren. Drie versieringen in een ruitvorm, bestaande uit vier vierkante tegels (twee witte en twee zwarte tegenover elkaar) in de witgeschilderde, gestucte vlakken van de rondbogen. Tesamen vormen deze drie vormen een stabiele liggende driehoek.
Tevens zijn drie risalieten aanwezig. De middelste risaliet is het breedste en die aan weerszijde van de voorgevel iets minder breed.
De centrale risaliet steekt een deel boven de dakrand uit. De dakrand wordt hierdoor in drieën gedeeld.
In de originele bouwtekening is tevens sprake van drie ronde vormen: de twee “sierbollen” op de hoeken van het balkon alsmede een cirkelvormige uitsparing in het midden van het ijzeren hekwerk van het balkon. Als je die met elkaar zou verbinden ontstaat een op zijn kop staande driehoek. De cirkelvormige uitsparing is in het bestaande ijzeren hekwerk niet aanwezig.  
Of architect Jan Stuyt per toeval of met opzet deze getalsymboliek in de voorgevel heeft toegepast kan ik niet vertellen. Het kan een beїnvloeding zijn van zijn kerkelijke architectonische opdrachten.
Opmerkelijk zijn de “paardenstaarten” die vanaf de dakgoot de gevel op symmetrische en op grafische wijze verdeeld. Het betreft in totaal vier korte “paardenstaarten” op de risalieten en vier langere “paardenstaarten” op de verdiepte vlakken. Het zijn gemetselde stenen waarbij afwisselend de kopse en de schuine kant van de bakstenen licht uitsteken. Blok- en muizentandversiering wordt dit genoemd.
Die drie ruitvormen, bollen en “paardenstaarten” vormen de enige sobere doch bijzondere versieringen in de voorgevel. Zelfs glas-in-lood is achterwege gelaten. Wel komt de ruitvorm in de vlakverdeling van de bovenste delen van de raampartijen terug.
Een door een architect getekend ontwerp is en blijft altijd een experiment. Pas als het daadwerkelijk in de ruimte gerealiseerd is kan de architect zien of zijn werk geslaagd is. Bij Villa Duijsens zijn de onderlinge vormen stabiel en uitstekend geproportioneerd. De onderlinge verhoudingen zijn buitengewoon goed afgewogen. Deze gevel is mijns inziens compleet en harmonieus. Geen enkel weldenkend mens zal de behoefte hebben om qua vorm iets te willen toevoegen en/of weg te halen. AAIeder deel staat als “vanzelfsprekend” op zijn plaats. Dit betekent mijns inziens dat architect Jan Stuyt de hoogst mogelijke prestatie heeft geleverd in de Heerlense stadsvilla Duysens!


AANGEBOUWDE VOOROORLOGSE BEBOUWING,
De toekomst van de panden Honigmanstraat nummers 51 t/m 59 lijkt momenteel onzeker. De panden bevinden zich in een minder goede staat van onderhoud, doch zijn momenteel in ieder geval bewoond. Het zou fijn zijn indien dit vooroorlogse rijtje woningen zou kunnen ontsnappen aan de slopershamer. Een stukje herinnering van het Heerlen uit vroeger tijden zit besloten in deze oude panden. Zodra het eenmaal gesloopt zou zijn, dan is het ook definitief weg.       

Gedurende de afgelopen halve eeuw heeft een enorme kaalslag onder de vooroorlogse huizen in het centrum van Heerlen plaatsgevonden ten gunste van het goeddeels moderne en zakelijke architectonische smoel in het centrum. Het eigene van het oorspronkelijke dorp uit de eerste helft van de vorige eeuw blijkt hierdoor voor een flink stuk gewist.
Het gedeelte van de Honigmanstraat aan de zijde van de Stationstraat heeft deze metamorfose ondergaan. Villa Duijsens, het onderwerp van dit opstel, is het laatste oorspronkelijke huis uit het begin van de vorige eeuw aan deze zijde van de Honigmanstraat. De rij vooroorlogse huizen tussen de Villa Duijsens en de Schinkelstraat zijn van wezenlijk belang voor de stadsvilla. Indien men er voor kiest om de huizen te slopen en uitsluitend het rijksmonument te laten staan, dan krijgt men een qua bouwstijl en qua tijdsgewricht volledig geisoleerde stadsvilla.
Nabij  Villa Duijens is iets soortgelijks zichtbaar tegenover de schouwburg, aan de Geerstraat nr. 30, waar het oranjegeel geschilderde cafe “Ons Limburg” met zijn mansardedak als een architectonisch “relikwie” tussen modernere bouw staat.
Villa Duijsens is het hoekpand van het kleine rijtje vooroorlogse huizen en het is er onlosmakelijk mee verbonden. Het is mijns inziens evident dat het behoud van deze vooroorlogse panden mede in het voordeel is van het rijksmonument Villa Duijsens.


AAD DE HAASMUSEUM?
Het is enigzins verbazingwekkend te noemen dat dit prachtige huis van architect J. Stuyt, notabene een rijksmonument met zeer hoge cultuurhistorische waarde, niet als de wiedeweerga in zijn oude luister wordt hersteld. Het pand zou mijns inziens uitstekend dienst kunnen doen als plek voor het continue tentoonstellen van werk van Aad de Haas (Rotterdam 1920 - Schaesberg 1972). Aad de Haas is die eigenzinnige, Rotterdamse, twintigste eeuwse schilder die lang op kasteel Strijthagen heeft gewoond en gewerkt. Zijn werk is van zeer hoog niveau, en het zou Heerlen sieren, ondanks de bijzondere tentoonstellingen die af en toe aan Aad de Haas gewijd zijn, om toch eindelijk eens dat Aad de Haasmuseum te realiseren. Hierover wordt al decennia gesproken. Tot een realisatie is het echter nooit gekomen. Oostende heeft James Ensor, Oslo Edvard Munch, Amsterdam Vincent van Gogh, etc. en Heerlen boft met Aad de Haas.
Viif bijzondere musea zouden dan in het hart van Heerlen liggen, aan de noordkant van het spoor: het Nederlands Mijnmuseum in een schacht van de Oranje-Nassaumijn; aan de zuidkant van het spoor: de collectie moderne en hedendaagse Nederlandse schilderkunst in het Glaspaleis, de resten van het Romeinse badhuis plus vele archeologische vondsten uit de regio in het Thermenmuseum,  het Savelbergklooster van de Kleine Zusters van St.-Joseph en het Aad de Haasmuseum in Villa Duijsens .............  
Een grote stap in de goede richting is  gezet middels een semi-permanente presentatie van het werk van Aad de Haas in het Glaspaleis.


NAWOORD,
Zonder enige twijfel is Villa Duijsens één van de bijzonderste panden van Heerlen. Van harte hoop ik dat  Villa Duijsens uiteindelijk een goede bestemming krijgt. Dat zou het aan Nel de Haas-Koekman beloofde Aad de Haasmuseum kunnen zijn. In de tussentijd zal de piratenvlag op het balkon van de prachtige voorgevel wel blijven wapperen. Het zijn de aardige en gastvrije krakers die al enige tijd bezit hebben genomen van dit heel bijzondere en monumentale pand aan de Honigmanstraat 59, en het beschermen tegen verdere verloedering. Een zwarte vlag met een wit doodshoofd, met twee gekruiste botjes eronder, is een beetje uitdagend gehesen op het voorbalkon van de statige stadsvilla.